Een Keeper Is Altijd Alleen
verhalen over de elfde man
Maak tweedehands je eerste keus
- Let op: door stakingen bij BPost in België kan je pakketje later komen.
- 30 dagen retourgarantie
- Gratis verzending vanaf 4 boeken of 40 euro
- Krijg van 21 tot en met 29 juni 10%, 15% of 25% korting per stapel.
- Van 21 tot en met 29 juni 4=3 actie op alles.
Stapelweken 2=10% 3-4=15% 5+=25%
Niet op voorraad... Seintje?
Vul je e-mail adres in en wij sturen je een e-mail als het boek weer op voorraad is.
ISBN
9789020407662
Bindwijze
Overigen
, Paperback
Taal
Nederlands
Auteur
Uitgeverij
Atlas Contact, Uitgeverij
Jaar van uitgifte
2006
Aantal pagina's
199
Waar gaat het over?
De keeper is de laatste en soms de enige man die een team nog van verlies kan redden. Toch wordt hij vaak als een buitenstaander ervaren. En misschien is hij dat ook wel. Het beeld van zijn bijzondere positie blijkt vaak in de literatuur beschreven. Veel schrijvers -niet onbekend met de rol van eenzame figuur-hebben zelf op doel gestaan.
In Een keeper is altijd alleen staan de mooiste verhalen en gedichten over keepers en keepen. Zo herinnert Vladimir Nabokov zich zijn gloriejaren als keeper op de Universiteit van Cambridge, verklaart Albert Camus wat hij allemaal aan voetbal heeft te danken, geeft Chris Keulemans een schitterend portret van Stanley Menzo, doet de legendarische Ken Dryden verslag van zijn ervaringen als ijshockeyKeeper en vraagt Nick Hornby zich af wie er op doel zou willen; hij in ieder geval niet.
Hij wordt doelman, doelwachter of Keeper genoemd, maar hij zou net zo goed martelaar, boeteling, de zondebok of kop van Jut kunnen heten. Waar hij loopt groeit geen gras meer, wordt er van hem gezegd. Hij is een eenzame. Hij is ertoe veroordeeld uit de verte naar de wedstrijd te kijken. Gebonden aan zijn doel wacht hij in zijn eentje tussen de palen op de executie. Eduardo Galeano
In Een keeper is altijd alleen staan de mooiste verhalen en gedichten over keepers en keepen. Zo herinnert Vladimir Nabokov zich zijn gloriejaren als keeper op de Universiteit van Cambridge, verklaart Albert Camus wat hij allemaal aan voetbal heeft te danken, geeft Chris Keulemans een schitterend portret van Stanley Menzo, doet de legendarische Ken Dryden verslag van zijn ervaringen als ijshockeyKeeper en vraagt Nick Hornby zich af wie er op doel zou willen; hij in ieder geval niet.
Hij wordt doelman, doelwachter of Keeper genoemd, maar hij zou net zo goed martelaar, boeteling, de zondebok of kop van Jut kunnen heten. Waar hij loopt groeit geen gras meer, wordt er van hem gezegd. Hij is een eenzame. Hij is ertoe veroordeeld uit de verte naar de wedstrijd te kijken. Gebonden aan zijn doel wacht hij in zijn eentje tussen de palen op de executie. Eduardo Galeano
Lees verder
Spijtig genoeg zijn er geen recensies over dit boek